De cultuur van de Marrons

Marrons zijn de afstammelingen van de slaven die vanaf 1650 van de plantages aan de kust de bossen in de binnenlanden invluchtten, waar ze zich in kleine groepjes vestigden.

Tegenwoordig leven er zes Marrongemeenschappen in Suriname. De Ndyuka, Saamaka, Matawai, Aluku, Pamaka en de Kwiinti. De groep die zich gevestigd heeft aan de Boven-suriname rivier zijn de Saamaka. Hieronder valt ook het dorp Pikin Slee.

Familiestructuur

De Marronsamenleving heeft een matrilineaire ordening. De kinderen worden in de moederlijn gerekend. De erfopvolging volgt ook deze lijn. De familiestructuur is opgebouwd uit: Osu, Mampikin, Bee, Lo en Nási.

Osu is de kleinste matrilineaire familieband bestaande uit de moeder en haar kinderen (die wel tot dezelfde matrilinie behoren ) en de man van de moeder (zolang hij echtgenoot blijft van de moeder van zijn kinderen).
Mamapikin wordt gevormd door verschillende ‘osu’ samen, met een gemeenschappelijke matrilineaire groot-, en/of overgrootmoeder.
Beewordt gevormd door één of meer mamapikin met een gemeenschappelijke stammoeder. De hier bedoelde stammoeder is de zwarte vrouw uit een bepaalde familie, die door slavenhandelaren voor het eerst uit Afrika naar Suriname werd gebracht. De ‘bee’kan daarom de meest waardevolle gegevens leveren bij een poging de Afrikaanse herkomst van de verschillende Marron families te traceren.
Lo wordt gevormd door één of meer ‘bee’. Dus uit groepen mensen afkomstig van verschillende samenlevingen uit een aantal Afrikaanse landen. Hun voorouders ondergingen op dezelfde slavenplantage en/of onder dezelfde slavenhouder in Suriname een gemeenschappelijk lot, de slavernij, en hadden steun aan elkaar in de periode van ‘lowéten’ (de marronage).
Nási is een formatie van een aantal lo, die als sociale culturele eenheid naar buiten treedt. De nasi wordt ook Gaan-lo genoemd.

Bestuur

Het bestuur van een Marrongemeenschap wordt gevormd door een college. Dit college bestaat uit één gaanman, een aantal kabiten, een aantal basiya en een raad van advies.

Gaanman is de hoogste gezagdrager, het hoofd van al de ‘lo’ waaruit de gemeenschap bestaat. Hij is hoofd van de natie en hoofd van de ‘Lanti’, het bestuur van de gemeenschap. De gaanman is onschendbaar.

             

                                Gedenkhuis Gaanman Assidonopo                      Basiya

Kabiten is hoofd van een lo c.q. een leefgemeenschap. Het kabitenschap is na het gaanmanschap de hoogste bestuurlijke- en gezagsfunctie binnen de Marronsamenlevingen. Hij is de directe vertegenwoordiger van de gaanman binnen een leefgemeenschap. De kabiten is bevoegd binnen zijn gemeenschap wetten of regelgeving uit te vaaardigen. Deze mogen echter niet in strijd zijn met de algemene wetten en regelgeving vervaardigd door de gaanman en lanti. Je kunt de functie vergelijken met een burgemeesten.
Basiya is de assistent van de kabiten. Hij is de opzichter van de leefgemeenschap en belast met de dagelijkse werkzaamheden van de ‘lanti’, het bestuur. de basiya moet erop toezien dat de besluiten van ‘lanti’worden nagekomen.

Het leven van de Marrons

Rituelen zijn erg belangrijk in de Marronsamenleving. Veel dagelijkse beslissingen worden in overleg genomen met dorpsgoden, voorouders, bosgeesten en andere machten. Geboorte, dood en andere grote gebeurtenissen gaan gepaard met uitvoerige rituelen.

             

                                ritueel ter bescherming van een nieuw gebouw         doden ritueel

Met wisselbouw, jacht, visserij en verzamelen van bosproducten voorzien de marrons in hun onderhoud. Vrouwen dragen zorg voor de kostgrondjes. Mannen zorgen dat een kostgrond wordt opengekapt, zij jagen en vissen. Dit laatste wordt ook door de vrouwen gedaan. Op een gegeven moment gingen mannen ook naar de kuststreek om te werken en brachten materiele zaken mee. Dit veranderde het leven en de verhouding tussen vrouwen en mannen ingrijpend. Een groot deel van het leven van de Marrons speelt zich af op of aan de rivier die een verbindende schakel vormt tussen de dorpen, kampen en jachtgronden. Door aanraking met materiele zaken ontstaan er nu ook kleine bedrijfjes in het binnenland; houtbewerking, boten maken e.d.

             

Een Marrondorp bestaat uit ongeordend opgestelde kleine huizen, open bouwwerkjes, nuttige bomen, een enkel kippenhok, diverse altaren en stukjes bos. De meeste bezigheden vinden plaats in de buitenlucht of open schuren. De huizen dienen voornamelijk om er te slapen, seks te bedrijven te eten en bijzondere gasten te ontvangen. De vrouwen en mannen hebben ieder hun eigen huis en ook is er vaak een open huis om te koken. Het karakteristieke van de vrouwenhuizen zijn de kalebassen en het aluminium vaatwerk aan de muren.

             

Zichtbaar opgehangen voorwerpen moeten vlekkeloos ogen. Potten en pannen worden zorgvuldig van hun zwarte aanslag ontdaan. Mannenhuizen zijn meestal kleiner en zijn heel anders ingericht. De voorkamer dient voor de ontvangst van bezoek, eten en het vertoon van de eigen rijkdommen. Kisten met kleding en andere goederen die ze uit de kustgebieden hebben meegenomen staan vaak in hoge stapels langs de wanden. Ook hier zie je steeds meer veranderingen zijn intrede doen. De kleine hutjes worden als er geld voor is vervangen door houten huizen met zinken dak of door stenen huizen.

Marronkunst.

Kunst is in grote mate verweven in het bestaan van de Marrons. Esthetische overwegingen spelen een grote rol in een groot aantal activiteiten van koken tot haren kammen. De Marrons hebben een hele reeks kunstvormen ontwikkeld. Van houtsnijwerk en schilderkunst, het bewerken van kalebassen, borduurwerk en patchwork, aluminiumsnijwerk, littekenkunst en culinaire versieringen. Ook uitvoerende kunstvormen als dansen en liederen voor allerlei rituelen. Zoals ook de taalbeheersing en het creatief taalgebruik wat zich uit in volksverhalen, speltalen, spreekwoorden, gebeden enz. Bijzonder is dat deze kunstvormen door de gehele bevolking worden beoefend. Wel is het zo dat mannen en vrouwen ieder hun eigen specialisatie hebben. Mannen en vrouwen kunnen dezelfde kunstvorm beoefenen, maar in het ontwerp is een duidelijk verschil. Mannelijke patronen zijn geometrisch, hoekig, en symmetrisch terwijl de patronen van vrouwen veel losser zijn. De neiging van de Marrons om te denken in esthetische termen strekt zich uit tot hun hele leefomgeving. Van kostgrond en lichaamshouding tot lantaarns en buitenboordmotoren, als bij de aanschaf van producten. Bij aanschaf wordt vooral ook naar esthetische eigenschappen gekeken en in het dorp vaak verder verfraaid. Vanaf heel jong worden kinderen hierbij betrokken. De Marronkunst is heel dynamisch. Men staat open voor nieuwe ideeën en deze worden door anderen overgenomen en verder uitgewerkt. Het was altijd zo dat de betekenis van een kunstvoorwerp nauw verbonden was met de sociale context waarin het werd vervaardigd. Wie is de maker, voor wie wordt het gemaakt en wat is de verhouding tot de krijger. Zij dragen bij aan de in standhouding van diverse sociale betrekkingen. De belangrijkste is de echtelijke verhouding. De Saramaka’s suggereren dat alle houtsnijwerk en kalebaskunst in abstracte zin naar zaken tussen man en vrouw verwijzen. Maar in de jaren ’70 van de vorige eeuw werd de houtsnijkunst ook commercieel gebruikt en gingen sommigen zich hierin specialiseren. Daarna verspreidde deze monetaire economie zich over alle handelingen, waar eerst ruilen en uitdelen heel gewoon was. Dit verzwakt de positie van ouderen en vrouwen zonder echtgenoot. Door een groeiend aantal toeristen die vaak een product van de Marrons aanschafte, worden deze producten nu geassocieerd met geld en niet zozeer meer met de waarden die ze vroeger hadden. Hieronder belichten we de belangrijkste kunstvormen.

     

Textielkunst

Deze geeft uiting aan de fundamentele ideeën van de Marrons over de menselijke individualiteit. Zij hebben de overtuiging dat gebeurtenissen en daden uit het verleden op bepaalde manieren het heden bepalen. Ieder lid van de gemeenschap bezit een unieke sociale identiteit ontstaan bij geboorte door omstandigheden of rituelen. De vorming van de persoonlijke identiteit gaat door tijdens de ontwikkeling en zelfs na de dood. De basis van deze eigenschap is waarschijnlijk voortgekomen uit de slavernij. Door de onderdrukking probeerden zij zich op allerlei gebieden waar mogelijk aan zijn eigen identiteit vast te houden, in lichaamshouding, kapsels, kleding, sierraden. Naast individualiteit diende de kleding om aan te geven tot welke van de zes groepen marrons men hoorde. De textielkunst veranderde voortdurend en je kon zeker spreken van mode. Na afschaffing van de slavernij verschoof de verhoudingen tussen de mannen en vrouwen. Door intrekken van het reisverbod gingen mannen massaal naar de kust om te werken en spullen te kopen. De felle concurrentiestrijd om een vrouw verminderde. Er was een toename van polygamie. Verlovingen werden zeldzamer. De concurrentiestrijd tussen vrouwen werd groter en de aanwezigheid van materiele goederen nam toe, waardoor het artistieke potentieel nog meer benut werd.

  

Capes werden onderdeel van het dagelijkse leven en vrouwen konden met hun kunst imponeren om aanzien van de man en zijn familie. Er was veel meer keus uit verschillende stoffen. Naast het borduurwerk ontstonden nieuwe technieken zoals het patchwork en later een andere applicatietechniek met gebogen figuren, het zogenaamde abena-kamisa applicaties. Kleurenesthetiek is een belangrijk aspect van de marronkunst, een scherp contrast is belangrijk. In het begin werden er voornamelijk drie dominante kleuren gebruikt nl. rood, wit en blauw/zwart. Later werden ook geel, roze, lichtblauw en groen gebruikt. Symmetrie staat centraal in de esthetiek, de symmetrie van het lichaam is ideaal.

Houtsnijwerk

Deze kunst wordt vooral beoefend door Marron-mannen en wordt toegepast op kano’s, pagaaien, bankjes, kammen, roerstaven, wanschalen, stampers, pindavijzelplanken, waskloppers en bouwkundige decoraties. Bankjes nemen hier een belangrijke plaats in. Het is een belangrijk onderdeel van een marronhuis en iedereen neemt zijn eigen bankje mee naar een activiteit. Kano’s gemaakt van boomstammen behoren tot een van de grootste triomfen van de Marron-kunst en technologie. De boeg, het achtersteven en vaak ook de zitplaatsen zijn met houtsnijwerk gedecoreerd. Het decoreren van Marron-huizen is in de tweede helft van de 19e eeuw bij de Saramaka’s ontstaan en wordt nog steeds gebruikt.

     

Men kan in de houtsnijkunst globaal vier decoratiestijlen onderscheiden. Deze stijlen vind men terug in alle houtsnijkunst van bankjes, kammen, kano’s enz. In de loop van de afgelopen eeuw hebben de decoratieve technieken belangrijke veranderingen ondergaan. In het begin was de stijl nog vrij grof. Later vond er een aanzienlijke technische verfijning plaats. Krullen spiralen en het gebruik van siernagels raakte in zwang. In stijl 3 domineerde in elkaar verstrengelde lintachtige decoraties. Nog later werden de vormen hoekiger en werden geaccentueerd door een ingesneden lijn door het midden van elk lint. Vaak wordt een enkel nieuw idee snel overgenomen door de ander en raakt zo in de mode. Uit deze vormen van creatieve vernieuwingen en de uiteenlopende reacties erop in verschillende dorpen ontstaat een aanzienlijke regionale diversiteit. Dit uit zich in algemene stijlverschillen tussen de verschillende Marrongroepen. Zo gebruiken de oostelijke Marrons felle kleuren in hun decoratieve werk, maar niet de Saramaka’s. Oostelijke Marrons gebruiken vaker naturalistische motieven en tekens dan de Saramaka’s. De motieven uit de houtsnijkunst hebben geen symbolische betekenissen of boodschappen, maar meer een decoratieve betekenis. Vorm, kleur, vakmanschap, sociale functie en emotionele binding vormt de drijfveer. Tegenwoordig zijn niet alle volwassenen betrokken bij het maken van kunst en is er een op het westen gericht materiële cultuur gekomen. Ook in Saramaka wordt houtsnijkunst steeds meer een zaak van gespecialiseerde kunstenaars, maar wordt hier toch nog algemener beoefend dan bij andere Marrons.

Kalebaskunst

Dit wordt door zowel mannen als vrouwen beoefend. Het inkerven van de binnenkant van de kalebassen gebeurt door vrouwen met een glasscherf. Mannen bewerken de buitenkant met gereedschap die ze ook voor de houtsnijkunst gebruiken. Er zijn ten minste zeven soorten kalebassen die voor verschillende toepassingen worden gebruikt. De middelgrote bakken krijgen meestal complexe motieven en worden veel door de vrouwen gebruikt.

  

De geschiedenis van de kalebaskunst van de Marrons is niet te scheiden van die van de indianen en de kustbewoners van Afrikaanse oorsprong. Ze onderhielden handelscontacten met elkaar, produceerde soms gezamenlijk en namen stijlen van elkaar over. De afgelopen drie eeuwen werden de kalebassen met verschillende technieken in verschillende stijlen gedecoreerd. De Marron-kalebassnijkunst ken door de eeuwen heen globaal twee stijlen, die met kleine aanpassingen nu nog steeds bestaat.

Spelen

Individualitiet, expressievitiet en persoonlijke stijl is een aspect van de Maroncultuur dat tot uiting komt in de muziek, het taalgebruik en allerlei soorten woordspelletjes en uitvoerende kunsten. Bij allerlei activiteiten en gebeurtenissen komt de spontane experessiviteit tot uitdrukking. Spelen worden bij diverse gelegenheden gehouden. Bij uitvaartriten, inhuldiging van hooggeplaatsten en eren van goden en voorouders. Hierbij vindt een sterke interactie met het publiek plaats, waarbij het onderscheid tussen artiest en publiek vervaagd.

      

eigenschappen die tijdens de hele kunstgeschiedenis van de Marrons een belangrijke factor vormen en in alle kunstvormen terugkomt is de speciale voorkeur voor individualiteit en persoonlijke stijl. Een grote aandacht voor ritmische onderbreking in zowel muziek en spraak als in houtsnijwerk en patchwork. Ideeën over kleurcontrasten, vormbalans en symetrie. Ideeën over verbanden van namen met de mensen en dingen die ze aanduiden. Estetische principes met betrekking tot het menselijk lichaam en inzicht in aard van de betekenis van kunst.

Bron: De Kunst van de Marrons, Sally Price en Richard Price 1999

Terug naar boven